zondag 26 april 2009

De fictie van het postideologisch tijdperk

In 1960 verscheen Daniel Bells boek over het einde van de ideologieën. Dat was in die dagen slechts de literaire uidrukking van een overtuiging, die door zowat de halve intellectuele wereld werd gedeeld.

De grondideeën van deze opvatting berustten op de gedachte dat de mens door de afschuwelijke gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog zodanig was gelouterd, dat hij immuun zou zijn voor de verlokkingen van straffe, al dan niet universalistische ideologieën. Die hadden immers hun ware gelaat heel openlijk getoond. De Franse schrijver Lyotard lanceerde hierbij aansluitend zijn ‘postmodernisme’. Het einde van de grote verhalen. Bovendien, zo stelden een aantal auteurs, was de eeuw van de manager aangebroken. Niet de ideoloog, doch de manager werd geacht de toekomst te zullen bepalen. In het spoor van een goede marxistische indoctrinatie meenden velen dat het niet aankwam op de bovenbouw, maar op wat de economische toestanden te bieden hadden. De onderbouw dus. En deze laatste waren het exclusieve jachtterrein van managers en de captains of industry.

Het leek er lange tijd op dat de eindtijdvoorspellers het gelijk aan hun kant zouden krijgen. Zeker toen het reëel bestaande socialisme instortte. De Europese Gemeenschappen, toen een vooralsnog hoofdzakelijk economische constructie, boekte successen – precies omdat ze zich verre hield van elk ideologisch gekrakeel.

Niet weinigen waren met deze ontwikkeling in hun nopjes. Hadden de ideologieën niet getoond uiteindelijk allemaal in hetzelfde bedje ziek te zijn? Of een ideologie rechts is – zoals het nazisme – of links – zoals het marxisme-: het feitelijke resultaat is hetzelfde: een kleine groep onderdrukt een meerderheid met het oog op de realisatie van haar wereldbeeld. Dat bleek telkens weer een dood spoor. Er komt nooit wat goeds uit voort. Het einde van de ideologieën werd dus ervaren als een verlossing. Een nieuw begin ook, los van al die bevlogen theoretici, de nationalistische dagdromers en makelaars in geloof en overtuiging. Voortaan zouden alleen nog de harde cijfers van tel zijn. De Standaard bande haar oude AVV-VVK. Het was te Vlaams en te christelijk. Het zou sommige lezers kunnen afstoten. En op lezers en leescijfers: dààr kwam het voortaan op aan. In de ziekenhuizen werd alles gestructureerd volgens de scores. Ziek of niet ziek, haren gewassen of niet: scores dicteren voortaan het werk van verpleegsters.
Vandaag de dag zal niemand nog kritiekloos aanvaarden dat de ideologieën uit het straatbeeld zijn verdwenen. De afkeer tegenover een kleurloze Standaardredactie zet zich vooralsnog niet in dalende omzetcijfers om, doch dat is alleen bij gebrek aan een goed alternatief. In de wereld van de ziekenhuizen stijgt allerwegen het gemor op bij het verplegend personeel, dat vindt dat éérst de zieke mens komt en de scores hen kunnen gestolen worden. Het is verre van zeker dat de ideologie heeft afgedaan.

De EU werd van een succesvolle economische machine omgebouwd tot een zwabberige politieke constructie, die ook nog een eigen economie blijkt te bezitten. De politiek heeft inmiddels volop beslag gelegd op dat wat zich ‘Europa’ noemt. En daarmee is ook het soort discussies losgebarsten dat we sedert het verklaarde einde van de ideologieën niet meer gewend waren: territoriale discussies. Kan Turkije lid zijn van een Europese Unie? Dat lidmaatschap wordt nota bene verdedigd met … ideologische argumenten. Ze werden onlangs verwoord door Dirk Verhofstadt. Turkije hoort in Europa, omdat op die manier de waarden van vrijheid en democratie ook in Turkije verankerd worden. Waarop Matthias Storme antwoordde dat je met dàt argument vanzelfsprekend de héle wereld bij de Europese Unie kunt doen aansluiten. Als dàt geen triomfantelijke terugkeer van de ideologie is!

Een tweede terrein waarop de ideologie duidelijk aan zet is, is het religieuze en dan gaat het niet eens om het fundamentalisme. De confrontatie van de Islam met het Christendom op Europese bodem werpt de Europeaan de hele problematiek van de grondwaarden van zijn beschaving in het gezicht. Sinds de Verlichting, zo dachten we toch, waren we erin geslaagd de godsdienstconflicten voorgoed op te ruimen. We hebben dat gedaan door godsdienst eerst tot regionale kwestie te verklaren en vervolgens te verbannen naar de persoonlijke levenssfeer. Of dat ook echt kan werken valt te betwijfelen maar doet niet terzake, doch precies deze ‘oplossing’ wordt door de Islamitische hang naar de Sharia behoorlijk uitgedaagd. Het is duidelijk dat twee ideologieën regelrecht tegen elkaar aanbotsen.

Ten derde: nooit, zo komt het me voor, was de krampachtigheid waarmee een zelfbenoemde politieke elite de lakens meent te moeten uitdelen en anderen de wet voor te schrijven, groter. Ik herinner eraan dat de wetten op het negationisme en al die andere opiniebeperkende wetten ontwikkelingen uit de late twintigste eeuw zijn, zeg maar: zowat sinds 1990. Dat is lang nadat volgens Bell het postideologisch tijdvak was aangebroken, in de dagen van het ineenzakken van ‘het laatste ideologische bolwerk’ en midden in het zogeheten ‘tijdperk van de managers’. Was die ideologie dan toch niet écht weg? Waar kwamen die plotse oprispingen van hardvochtig-beperkende ideologie dan wel vandaan? Waarom ook zouden de partijgangers van de lange mars door de instellingen hun ideologische doelen hebben opgegeven? Het beruchte en volstrekt ondemocratische cordon sanitaire – hoezeer dat de betrokken partij ook goed moge uitkomen - dateert van 19 november 1992. De grond van dat fameuze ‘cordon’ ligt officieel in het verdedigen van de democratische waarden. In werkelijkheid gaat het om het uitsluiten van opvattingen en overtuigingen die men ‘gevaarlijk’ en bijgevolg onwenselijk acht en die bovendien electoraal zo aantrekkelijk zijn, dat ze de posities van de zittende politieke klasse in gevaar zouden kunnen brengen. ‘Ongewenste opvattingen’: heeft dat niets iets vandoen met ideologie?

Plaatselijke initiatieven die een pragmatische samenwerking tussen lokale mandatarissen van N-VA en wat toen nog het Blok heette, op het oog hadden, werden steevast afgeblokt, uit schrik door een linkse, politiek correcte klasse in de media te worden afgemaakt. De leiding van de veel kleinere N-VA had hierbij maar héél weinig keus. Vandaag de dag worden onze kinderen door de Vlaamse onderwijsminister gedwongen tot herinneringseducatie, nadat ze de jaren voordien met kosmopolitische en multiculturele dromerijen om de oren werden geslagen en het leerkrachten verboden was aan kinderen een duidelijk uitgesproken christelijke én Vlaamse mening aan te leren. Alles moest en zou in het teken van de kosmopolitische, multiculturele maatschappij. Sinds de moord van Theo van Goch zijn de verlokkingen van die dromerijen wat afgezwakt. Achterhuis was daar niet weinig cynisch over. Maar geen nood: politiek corrrect ontwapent niet – uiteraard in naam van de democratie. Want politiek correct bepaalt per definitie wat u, als burger, hoort te denken en te doen. Als u van dat patroon afwijkt, bent u geen democraat. U zult democraat zijn, maar wel volgens ònze opvattingen.

De ideologie heeft niet alleen niet afgedaan.

Fataal voor de opvattingen van postideologen is hun onvermogen de goegemeente ervan te overtuigen dat het managerdom en de voorrang van economische principes, zelf géén ideologie is. De voorrang van het economische wordt steeds meer als een onderdrukking met ernstige morele en culturele dimensies ervaren. De mens wordt immers herleid tot slechts producent en consument. Bovendien blijkt steeds meer dat deze slechts in schijn waardenvrije economie en dito managerdom perfect hand in hand blijken te gaan met heftige ideologische discussies. Zelfs als het economisch denken het predikaat ‘ideologie’ niet hoeft te krijgen, dan nog is de ideologie nooit ver weg. Nog heel recent vond het vrijzinnige België in uit haar verband gerukte uitspraken van de paus voldoende reden om nog eens goed uit te halen naar het katholicisme. En intussen is de kaart van Europa vrijwel onherkenbaar veranderd: zo dagdromerig zijn die nationalistische drijverijen kennelijk niet.

Neen, we leven niet in een postideologisch tijdperk.

Jaak Peeters

dinsdag 7 april 2009

Onoprechtheid

Eigenlijk zou ik er geen aandacht aan mogen schenken : ze is het gewoon niet waard. Mia ‘barones’ Doornaert – over haar gaat het - is nog eens uit haar rol gevallen – of toch niet? Want, zo weet de zelfverklaarde politiek filosofe ons te vertellen, wie opkomt voor identiteit, gaat zich daarom nog niet te buiten aan nationalisme, racisme enzovoorts. Haar wijsheid viel te lezen in haar lijfblad De Standaard, het blad dat ooit het AVV/VVK voerde.
Dat laatste is lang vervlogen tijd.

Nationalisme, racisme… U vult zelf maar in, lezer. Want iedereen kent inmiddels het rijtje. Jaja: volgens Mia ‘barones’ Doornaert kan je best een goede Vlaming zijn, en toch het voortbestaan van de federale Belgische staat wensen. Nou moe: dat moet ze mij toch eens uitleggen.

Eerst de gelijkstelling van nationalisme met zowat alles wat geacht wordt slecht te wezen. Vergeefs zoek ik naar een definitie van ‘nationalisme’. Een goed handboek c.q. goede tekst hoort toch te beginnen met een definitie van de kernbegrippen? Waar hebben we het anders over?

Niet zo bij Mia ‘barones’ Doornaert.
Nationalisme is slecht. Definitie overbodig. Gelijkstellingen onbetwijfelbaar. En ik die dacht dat ‘nationalisme’ voortkomt uit het Latijnse nascere, wat zoiets betekent als ‘geboren worden’. Nationalisme heeft dus te maken met het beleven van het gemeenschappelijke dat iedereen verbindt die uit hetzelfde ‘nest’ afkomstig is. Zoals bloedverwantschap of familiale samenhang.

Sedert de dagen van de Romantiek passen we het begrip nationalisme toe als we spreken over een gemeenschap, die men een ‘volk’ noemt. Slimmeriken zullen dan antwoorden: en hoe definieer je dan ‘een volk’? Want je kunt op die manier blijven opschuiven…


Vlaanderen is een volk, omdat we dat zo wensen of beslist hebben én omdat er voldoende gemeenschappelijke kenmerken bestaan, om Vlaanderen als een apart geheel van de rest van de wereld te onderscheiden.

Daarmee is het bestaan van België toch niet veroordeeld, zul je zeggen?
Neen, dààr bestaan andere redenen voor. Uit nationalisme volgt niet noodzakelijk separatisme. De Friezen kiezen niet voor de eigen staat. Gellner sloeg de plank wel degelijk mis.

Die redenen: er zijn er een hele reeks. Ik geef er enkele.

Ten eerste: België is het product van het internationale, francofone politiek gekonkel – ik kies het woord bewust, want de Belgische ‘omwenteling’ werd in Parijs door hoge officieren en politici voorbereid met het oog op de stille inlijving van wat men ‘België’ heeft genoemd bij La Grande Patrie. Sinds wanneer vallen er morele redenen op te sommen om de producten van zulke politieke konkelarij te bestendigen? Moesten we dan maar de exploten van de heer Hitler ongehinderd laten plaats vinden én ze vervolgens nog honoreren ook – bijv. door de annexatie van Tsjechië maar meteen goed te keuren? Bestaat er in de kerkelijke leer niet zoiets als restitutieplicht, dit wil zeggen: de plicht om de gevolgen van slechte daden zoveel mogelijk ongedaan te maken?
Daarvoor hoef je zelfs geen christen te zijn.

Ten tweede: de Vlaamse ontvoogding is een democratisch product van allereerste kwaliteit. Tégen een vijandig regime, zonder geld, met de inzet van vele duizenden kleine luiden: is dat dan geen democratie bij uitstek? En dàt zou ik moeten misprijzen? Is democratie niet hét stokpaardje van de heersende linkse klasse? Of toch dan maar niet?

Ten derde: België werd bij zijn ontstaan ‘Franstalig gedefinieerd’, zoals Bart Dewever dat omschrijft. In mensentaal: het in 1830 gestichte Belgique was zonder verder nadenken Frans en Franstalig. Dat daar een meerderheid anderstaligen woonden, was geen punt. Dat ligt puur in de lijn van het Franse imperialisme. Danton had in 1792 verklaard dat de ‘natuurlijke grenzen’ van Frankrijk aan de westelijke rijnoever lagen. Dat in die gebieden ook Vlamingen en Zuid-Nederlanders ( wat eigenlijk hetzelfde is) en voorts ook nog Duitsers: dat was niet aan de orde. En François Mitterand, president van Frankrijk van 1981 tot 1995, verklaarde dat er in Frankrijk geen plaats was voor regionale talen.

De Belgische plannen voor het uitroeien van ‘het Germaanse element’, liggen dus helemaal in de lijn van het denken van de ‘Franse definitie’ van La Belgique en van het Francofone imperiale denken. Zich daartegen verzetten, is dat niet zoiets als zich verzetten tegen etnocide? Hoort dat niet onverbrekelijk bij de mensenrechten, waarop figuren zoals Mia ‘barones’ Doornaert zich beroepen? Hoe leg je anders de dekolonisatie uit?

Nu zou je kunnen volhouden dat België intussen van natuur veranderd is.
Om maar meteen helder te zijn: daar is niets van aan. Als er iets is, wat de laatste twee jaar duidelijk is geworden, is het wel dat. Want precies omdat België in de geesten van ‘onze’ Franstaligen een Franstalig land is, weigeren zij de taalwetten na te leven, die ze nota bene zelf mee hebben goedgekeurd. België is van hen en van hen alleen. Zij bepalen wat recht is. En recht is wat het Frans bevordert. En precies daarom ook kan Madame ‘Non’ Milquet in België minister worden. En precies daarom hebben grendelgrondwetten en allerhande blokkeringsmechanismen de positie van de Franstaligen tot een feitelijke beslissingspositie gebetonneerd…

Niemand ziet hoe de zaak kan veranderen – waarom zou je als Franstalige ook?
Maar niettemin vindt Mia ‘barones’ Doornaert dat je desondanks een goede Vlaming kunt wezen én toch België behouden. Een goede Vlaming die de ondergeschikte positie van zijn volk wil bestendigen? Waar hebben we dergelijke onzin nog gehoord? Destijds, in La Libre, als die reactionaire tante het had over “Flamands modérés”. Gemodereerd is iemand die de Franstalige dominantie aanvaardt. Nou, zeg!

Laten we kort zijn: Vlamingen zijn een volk en ze zijn dat op puur democratische gronden geworden. België is géén democratisch product en zijn voortbestaan hindert de normale ontwikkeling van Vlaanderen.
Dus moet België verdwijnen. Tenzij men wil volhouden dat staten het doel vormen en de mensen het middel. Maar dan is Mia ‘barones’ Doornaert toch wel enige uitleg verschuldigd. Dus: La Belgique moet weg. Alleen al om democratische redenen.

Ik ging het even hebben over de gelijkstelling van ‘nationalisme’ met zowat alle kwalen die de dag van vandaag de wereld teisteren. In mijn ijver om de rechtmatigheid van het Vlaamse ontvoogding tegenover La Belgique in het licht te stellen, zou ik mezelf nog hebben voorbijgelopen. Ik kan me nog net op tijd bedenken, gelukkig maar. Da’s beter dan ‘barones’ Doornaert.

Mia ‘barones’ Doornaert weet ons dus niet te overtuigen met een definitie van het door haar kennelijk zo gehate verschijnsel, dat zij ‘nationalisme’ noemt. Ze hééft namelijk geen definitie.

Maar wàt haat ze precies? Och: het is toch zo doorzichtig! Ze haat Vlamingen die menen dat het voortbestaan van haar beminde Belgique – waaraan ze haar baronestitel te danken heeft – niet verzoenbaar is met de democratische rechten van Vlaanderen. Ze vindt dat die rechten òf niet bestaan òf maar moeten opgeborgen worden of tenminste ondergeschikt worden gemaakt aan de rechten van het Franstalig gedefinieerde Belgique. Zo zit dat. Niet anders.

Voor Mia ‘barones’ Doornaert is nationalisme dus àlles wat het voortbestaan van La Belgique in gevaar zou kunnen brengen. Ze heeft dus wél een definitie. Een curieuze. Een die op voorhand elk Vlaams nationalisme gelijkstelt met alles wat slecht is. Op voorhand veroordeeld. Omdat Vlamingen Vlaming wensen te zijn.

Nou: dat is nu eens geen ernstige definitie van nationalisme. Het is vooringenomenheid tegenover alles wat niet meteen spoort met haar geliefde Belgikske. Nationalisme is de beleving dat men deel uitmaakt van een gemeenschap van mensen, die als apart geheel bestaat. Wat daaruit voortkomt, is de toepassing in de politieke praktijk En die toepassing hangt af van de omstandigheden. Liesbeth Hooghe schreef er ooit een doctoraat over. Zindelijk denken. Punt, uit.

Op dezelfde manier is Christendom de religie die de verlossing door Jezus van Nazareth als de kern van haar boodschap neemt. Eveneens: punt, uit. Dat datzelfde Christendom de uitroeiing van de Albigenzen op zijn geweten heeft, verandert aan de kern van het begrip niets. Het is zelfs geen reden om het Christendom zélf te veroordelen. Als je al het slechte dat met het Christendom geassocieerd kan worden samen met dat Christendom zelf in één grote zak stopt, dan begint het zootje inderdaad te walmen. Het is een kwestie van zindelijk denken.

Mia ‘barones’ Doornaert mag de Vlaamse ontvoogding ongenegen zijn: ze moet daar wel zindelijk over denken én schrijven.

Ik vermoed evenwel dat Mia ‘barones’ Doornaert zelf ook wel beter weet. Want ze komt voor de dag met het feit dat een identiteit ‘uiteraard’ veelvoudig is en dat iedereen ‘zijn’ identiteit zelfstandig kiest. Dat laatste volledig in de lijn van de hedendaagse linkse kerk. Ik vind dit klinklare onzin, want niet alleen heeft identiteit altijd een dominante dimensie – al is die in het halfgedenationaliseerde Vlaanderen niet altijd de Vlaamse (je moet aan een Fransman maar eens vragen welke zijn identiteit is!) -, maar bovendien is het een zware overschatting van de individuele menselijke mogelijkheden te geloven dat iemand zomaar zelfstandig zijn identiteit zou kiezen. Laat ons zeggen dat je aan je identiteit kunt werken. Waarom verloopt de integratie van immigranten in onze samenleving anders zo moeizaam?

Natuurlijk gaat het Mia ‘barones’ Doornaert al evenmin over een correcte omgang met het begrip identiteit. Het gaat haar om haar geliefkoosde Belgique.
Daarvoor moet alles wijken, ook zindelijk denken. Hoe noemen we zoiets? Laat me even kiezen. Onoprechtheid?

Jaak Peeters

woensdag 1 april 2009

De volgende episode in de verkiezingscampagne

Dat Obama de Amerikaanse presidentsverkiezingen won, had veel te maken met zijn smetteloze mediacampagne. Zijn grootste stunt was ongetwijfeld de televisiepropagandafilm van een half uur, uitgezonden in prime time, die hem 5 miljoen dollar kostte. Veel aandacht gaat naar internet, maar televisie blijft een veel efficienter medium, omdat het een veel grotere garantie biedt dat je publiek je boodschap waarneemt, zeker als je op verschillende zenders tegelijk kan uitzenden.

In Amerika is dat allemaal heel eenvoudig: als je genoeg betaalt, mag je uitzenden, als je geen geld hebt, zend je niet uit. Bij ons ligt dat allemaal wat moeilijker. Betaalde politieke propaganda op TV is verboden, zowel via Vlaamse als via federale wetgeving. Daartegenover staat de 'zendtijd voor politieke partijen', die op een apothekersweegschaaltje afgemeten hoeveelheden zendtijd uitdeelt aan de politieke partijen.

Maar niet voor lang meer. De Vlaamse wetgeving is veranderd. Het nieuwe decreet voorziet dat er wel betaalde spots mogen komen. Tegelijk wordt de gratis zendtijd afgeschaft. Spijtig genoeg werd over het hoofd gezien dat er nog een andere, federale wet is die betaalde spots onmogelijk maakt... Geen politieke reclame dus bij de komende verkiezingen.

Doch niet getreurd: wie er echt aan houdt onze politici te zien optreden in huisgebrouwen propagandafilmpjes, komt op internet ruimschoots aan zijn trekken. Zowat alle partijen beschikken over een youtube-kanaal, waarop zij regelmatig nieuw materiaal publiceren, dat je vervolgens zelf via je sociale netwerk kan verspreiden. Een onmiskenbaar voordeel van deze formule is dat er geen discussie hoeft te zijn over welke partij hoeveel zendtijd krijgt. De partij met de meeste 'vrienden' in het sociale netwerk, die wint!

Vic Mortelmans


Officiele partijkanalen, in volgorde van meest actuale bijdrage

SP.A
http://www.youtube.com/user/internetwerk

OpenVLD
http://www.youtube.com/user/OpenVld

Groen!
http://www.youtube.com/user/accountgroen

Vlaams Belang
http://www.youtube.com/user/VlaamsBelangInBeeld
http://www.youtube.com/vlaamsbelangjongeren?gl=NL&hl=nl

N-VA
http://www.youtube.com/user/NVABarricade

CD&V
http://www.youtube.com/user/cdenv89

Lijst Dedecker berust op enkele persoonlijke kanalen:
http://www.youtube.com/user/Gianniboone
http://www.vimeo.com/user618064/videos
http://www.youtube.com/user/JurgenLDD

De vreemde eend:
http://www.youtube.com/user/sparood1

zaterdag 14 maart 2009

Terug ten oorlog ?

Volgens verschillende bronnen wil de « EU » een « wet » aannemen, die het uithangen van religieuze symbolen in openbare diensten feitelijk verbiedt. Wie zich op de tenen voelt getrapt, zou in de mogelijkheid zijn klacht neer te leggen wegens discriminatie. Het zit mij al langer niet sneu met die EU. Ik wordt ze meer en meer BEU.

Vooreerst moet men mij eens uitleggen hoe men het oneigenlijk gebruik – dat daardoor een misbruik wordt- van het begrip “discriminatie” verantwoordt. Als ik tegen de muur van een ziekenhuis dat de naam van een of andere christelijke heilige draagt een kruisbeeld zie hangen, wordt ik dan gediscrimineerd? Welke van mijn burgerlijke grondrechten worden geschonden doordat ik in de mogelijkheid ben op dat ongewenste kruisbeeld te kijken? Er zijn zoveel ziekenhuizen, dat niets me belet me in een ander, niet-confessioneel ziekenhuis te laten verzorgen. Nou, en?

Ten tweede: men moet constateren dat Europa zich steeds meer met alles en nog wat bemoeit. Want zeg nu zelf: of kruisbeelden in ziekenhuizen, wat heeft dat met het bewaren van de vrede in Europa of met het bevorderen van de samenwerking onder de volkeren te maken? In het ontwerp van het “verdrag tot instelling van een grondwet voor de Europese Unie” wordt in artikel één gezegd dat deze Unie bevoegdheden krijgt om gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken. Hola? Welke gemeenschappelijke bevoegdheden worden er bereikt door de kruisbeelden uit de ziekenhuizen te verwijderen?

De Europese Unie lijkt steeds meer op een piramide die omgekeerd staat, op haar punt. Ze regelt alles, vrijwel alles, van bovenaf. En ik die dacht dat het begrip subsidiariteit ( van subsidere, ‘onderliggen’) een van de centrale leidgedachten van Europa was!

Beseffen de eurocraten en hun politieke aanhang wel goed wat ze aan het uitrichten zijn? Beginnen wij met het voorbeeld van België. Ook zo’n constructie die van bovenaf door een kliekje werd opgelegd. Vanzelfsprekend gebeurde dat vanuit het wereldbeeld en de waarden van het dominerende kliekje. Dat is in Europa dus niet anders. Intussen leert de geschiedenis – alsof je daar de geschiedenis voor nodig hebt, en je er met een dosis gezond verstand niet ook toe komt– dat dit België uiteenvalt, wanneer àndere groepen zich in hun waarden en in hun wereldbeeld tekort voelen gedaan. En dat levert, zoals onderhand bekend, de nodige spanningen op. Wat stelt men zich dan voor op Europese schaal? Hoe gaat men de spanningen beheersen, die nota bene met de ogen dicht te voorspellen vallen? Spanningen die het honderdvoudige zullen zijn van deze in het kleine België?

Er is nog iets anders. Van 1618 af woedde in West-Europa wellicht het bloedigste conflict uit de Westerse geschiedenis: de beruchte godsdienstoorlogen. In Duitsland viel de bevolking terug van 21 miljoen in 1618 tot 13,5 miljoen in 1648, ondanks een hoog geboortecijfer. Het conflict werd op een haast geniale manier opgelost met de Vrede van Westfalen: cujus regio, eius religio. Ieder kiest zélf zijn confessie. In het versnipperde Duitsland koos elk vorstendom dus zijn eigen dominerende religie. Geniaal! De Duitse vorstendommen waren meestal erg klein, en dus was het helemaal niet zo erg als je geboren werd in een vorstendom waarvan de dominerende confessie jouw interesse niet wegdroeg: je hoefde maar enkele kilometer te verhuizen. Volstrekte superioriteit van het principe van de subsidiariteit, toegepast op een Europa politiek zo gevarieerd was als de natuur in het Braziliaanse regenwoud. Of nog: je hebt helemaal geen “Europese eenheid” nodig, om de vrede te bewerkstelligen! Ode aan de afwezigheid van politieke eenheid!
Die geniale vondst wordt nu door de Europese kliek achteloos weggeworpen. Zoals eertijds, vòòr 1618, wil men nu weer alles van bovenaf opleggen, tot het uithangen van religieuze symbolen toe. Het einde dus van het eertijds bevrijdende cusus regio, eius religio.

Willen we terug ten oorlog trekken? Of zullen we maar meteen de brandstapels in gereedheid brengen?


Jaak Peeters

maandag 9 maart 2009

Rector, blijf bij je leest

Zopas vonden de rectoren van de Vlaamse universiteiten het nodig openlijk te pleiten voor de regularisatie van alle « sans papiers » - zoals dat zo mooi wordt gezegd. In een snijdend betoog weerlegt Annemie Turtelboom hun discours. Ze geeft vier redenen waarom het verhaal van de rectoren vals klinkt.

Ik herhaal ze hier kort:
  • een algemene regularisatie zou de nu al zo belaagde sociale zekerheid helemaal onderuit halen;
  • een onstuitbaar aanzuigeffect zou worden gecreëerd;
  • we zouden in de kaart van mensensmokkelaars spelen;
  • hoe zouden we nog een repatriëringsbevel ten uitvoer leggen?

Turtelboom heeft gelijk. Als uitgevoerd wordt wat de rectoren willen, zou elke maat verdwijnen. Niets zou nog in staat zijn een stortvloed van echte en valse asielzoekers te stoppen. Onze maatschappij zou volledig ontwricht worden.

Kom me niet vertellen dat de rectoren dit zelf niet ook weten! Het volkje dat deze hoge stoelen bezet bezit doorgaans een wat beter voorziene hersenpan. Bovendien hebben ze de staf beschikbaar voor kostenloze raadpleging. Maar wat wil je: we hebben het hier te maken met figuren van het slag van Rikske Torfs, ex –vetoman. U weet wel: het meest extreem-linkse ding dat op nota bene onze kosten de geesten van onze Vlaamse jongeren probeert te misleiden.

Wat de rectoren zich eens moeten afvragen: waarom zouden we iemand die illegaal ons land binnendringt achteraf ‘regulariseren’? Doet zo iemand niet iets illegaals? En moet iemand die iets illegaals doet, niet worden gestraft? Akkoord: wellicht moeten de procedures voor echte vluchtelingen veranderen. Misschien zouden de rectoren dààr eens voor kunnen pleiten?
Welke hun motieven ook zijn moge, ik kan maar één ding besluiten: rector, blijf bij je leest!

Jaak Peeters

zondag 8 maart 2009

Verhofstadt spreekt voor progressief sociaal-liberalen

D66 is de progressieve en sociaal-liberale partij van Nederland. Op hun jongste congres was het hoogtepunt een toespraak van Guy Verhofstadt.

Hij pleitte voor een sterkere Europese Unie, die in staat moet zijn krachtdadig de economische crisis het hoofd te bieden en de economie eenvormig te reguleren. Europa zou vandaag nog teveel te kampen hebben met "oude natie-gericht concepten". De wereld globaliseert, dus de politiek moet zich daaraan aanpassen om haar greep op de werkelijkheid niet te verliezen.

In een adem trok Verhofstadt ten strijde tegen een andere politieke reactie op de globalisering, die met name in Nederland te merken is, waarbij politici meer gaan redeneren vanuit de nationale identiteit en zich daarbij niet zelden zouden bezondigen aan vormen van populisme. Verhofstadt: "Er komen steeds meer politici die burgers een identiteit opleggen, alsof de Nederlanders een homogene groep zijn. Mensen moet je niet reduceren tot één identiteit. De verscheidenheid, die in de 21ste eeuw alleen maar zal toenemen, moet juist gerespecteerd worden. Dat zal het enige tegengif zijn tegen het groeiende populisme."

Niet alleen op vlak van economie dus, moet er geglobaliseerd worden, maar in alle aspecten van de samenleving waar identiteitsbewustzijn politiek relevant is.

Vic Mortelmans

maandag 16 februari 2009

Ik begrijp Streven niet...

Wat er met Streven aan de hand is, weet ik niet. Ik dacht dat Streven het blad van de Jezuïeten was. En Jezuïeten zijn toch christenen? Meer speciaal zelfs: katholieken. Welnu: in het nummer van januari 2009 staan er twee artikels, waarin het leven als gemeenschap en in een gemeenschap onderuit wordt gehaald. Het zijn zo’n hatelijke bijdragen, dat een normaal mens alleen nog kan walgen.
Behoort dat nou echt tot het nieuwe katholicisme?

Het eerste artikel gaat onder de titel Een echte held loopt alleen. Het is van de hand van Bouke Vlierhuis, die voor een aantal bladen teksten recenseert. Die bladen blijken meestal ‘links’ te wezen…
Wat hij dan beweert?
Ik laat hieronder een korte samenvatting volgen.

Het dier in ons wordt gewekt in de groep.

Volgens Vlierhuis is het menselijk groepgevoel een restant van de oerdagen van onze soort, toen kleine hordes mensen over de vlakten zwierven, op zoek naar voedsel en vruchtbare vrouwen. Het leven was toen, volgens de wijsheid van Vlierhuis, harder dan nu. Mensen hadden de groep nodig om te overleven. Zodoende is door de evolutie het groepsdier in ons tot in het buitenproportionele opgefokt. Dààr komt volgens de heer Vlierhuis onze hang naar het lidmaatschap van groepen uit voort. We doen onze eigen individualiteit geweld aan uit atavistische overlevingsdrang. Die is overbodig in onze dagen, aangezien ‘een mens zich prima solitair kan redden, omdat alle voorzieningen van voedsel tot seks in de grote stad voor iedereen tegen betaling en in volslagen anonimiteit beschikbaar zijn.’ Zeg nou zelf.
Wij treden dus toe tot groepen om onze eigen existentiële angsten te beteugelen. Echter: groepen definiëren zich in conflict met de anderen. Ze zijn gebaseerd op het principe van de uitsluiting en de meerwaardigheid van het eigene.
Daar schuilt ook de oorzaak van zoveel geweld: aansluiting bij groepen leidt onherroepelijk tot verstarring van onze moraal, en dat geldt voor het lidmaatschap van gelijk welke groep dan ook. Zelfs studentencorpora zijn verdacht. Jawel: lees het maar zelf na, lezer! Groepslidmaatschap schort ‘dus’ ons rationeel oordeel op.
Deze mechanismen liggen volgens de ondoorgrondelijke wijsheid van Bouke Vlierhuis aan de bron van zowat alle geweld in al zijn vormen. Ook dàt staat er te lezen…
Wat er dan moet gebeuren?
Géén lid worden van welke groep dan ook. Dat is toch duidelijk? Uitgroeien tot weldenkende individualisten, want pas dan ben je in staat om neen te zeggen tegen welke vorm van geweldpleging dan ook. En dus moeten we leren alleen te gaan.

Ireëel en inconsequent

Nou moe! Zou Vlierhuis dat nu echt allemaal ernstig menen? Wat hij schrijft is zo irreëel, zo inconsequent, dat zulks bijna niet valt aan te nemen.
Enkele voorbeelden.
Waar haalt Vlierhuis het vandaan om nog steeds voor de dag te komen met de inmiddels hopeloos voorbijgestreefde idee van de Freudiaanse oerhorde? Maar kom: een mens kan niet alles weten en de wetenschap gaat soms nogal snel.
Maar of zo’n veronderstelde oerhorde dan ook nog leidt tot een buitenproportionele ontwikkeling van het dier in ons? Alsof dieren niet ook andere gevoelens kennen! Maar nogmaals: de wetenschap gaat tegenwoordig snel. Of tot een even buiten-proportionele uitgroei van de neiging om ons aan de groepsnormen te onderwerpen? Waar komen al die klachten over het individualisme tegenwoordig dan vandaan? En al die zelfmoorden wegens diepe, ondraaglijke eenzaamheid? Ad Verbrugge heeft de plank dus volkomen misgeslagen? Maar alweer: kom.
Of de mens zich in een stad tegenwoordig prima solitair kan redden? Hier toont Vlierhuis zich toch behoorlijk scheelziend. Alsof er ook maar iemand is die nérgens lid van is, ook in de grote stad. Landlopers wellicht uitgezonderd. En dan nog. Hoe zouden al die (stads)diensten zelfs maar kunnen bestaan zonder allerlei groepen en organisaties? Bijvoorbeeld… het stadsbestuur? Is dat dan exclusivistisch? Heeft Vlierhuis zich al eens beraden over zijn eigen levensgeschiedenis? Komt hij niet voort uit een gezin en is dat niet hét model bij uitstek van de groep? Overigens: ook Vlierhuis maakt deel uit van een hele reeks groepen: van een tijdschriftredactie, een kaartclub, een zangvereniging…
Voorts: het is juist dat het lidmaatschap van een groep eraan bijdraagt om onze existentiële angsten te overwinnen. Maar Vlierhuis zou er beter aan doen eerst onze existentiële situatie eens goed te ontleden. Mensen staan in het bestaan, met de dood als Heideggeriaans onontwijkbaar eindpunt. De andere mensen zijn altijd meteen mee gegeven. Ik besta niet eerst, om vervolgens tot mijn stomme verbazing het bestaan van anderen te ontdekken. Zelfs als we hen buiten beschouwing laten, dan nog trilt de aanwezigheid van de anderen op de achtergrond mee. Wij definiëren onszelf niet alleen tégenover de anderen, maar ook mét de anderen. Ik put mijn identiteit ook uit mijn positie in de groepen waartoe ik behoor, en dat is voor Bouke Vlierhuis niet anders. Het kàn ook niet anders, want ik kan niet voorwenden alsof er geen andere mensen bestaan. Die behoren namelijk altijd tot mijn belevingshorizon. De situatie is dus behoorlijk wat complexer dan het simpele ‘beteugelen van angsten’.
Bestaan groepen alleen door de confrontatie met andere groepen, zodat lidmaatschap van een groep niet anders kan opleveren dan het conflict? Dat kan niemand in ernst volhouden. Die terminologie is totaal verkeerd gekozen. Natuurlijk bestaan groepen slechts bij de gratie van het onderscheid, maar dat is met individuen toch niet anders? In leven zijn is toch niets anders dan verhinderen dat men onherkenbaar opgaat in het milieu? Gezinnen, vriendenclubs, ouderver-enigingen… Is dat allemaal atavistische overlevingsdrang? Is dat het beleven van de meerwaarde van het eigene? En àls mijn kaartersclub nou eens superieure kaarters in haar rangen telt? Definiëren die clubs zich allemaal in conflict met de anderen? Een groeplidmaatschap vereist inderdaad het onderschrijven van regels. Die zijn specifiek voor de club. Betekent dat ‘confrontatie’? Dat is toch niet ernstig!
Het is duidelijk dat Vlierhuis zwaar uit de bocht gaat. Het is bijna niet te geloven dat hij zijn uitspraken niet heeft bedoeld als spot.
Volgens Vlierhuis is de belangrijkste vraag voor de mens hoe hij moet handelen. Immanuel Kant stelde toch ook nog andere vragen? Bijvoorbeeld: ‘wat kunnen wij kennen?’ – of anders gezegd: wat voor wezens zijn mensen? Is onze eerste vraag niet: ‘wie ben ik’? En ‘ wat komen wij hier doen op deze planeet’? Wat is de grote filosofische ervaring? ’s Morgens ontwaken om zich dan nog halfverdoofd af te vragen of dit alles echt is, dan wel een droom…En de epicuristen vroegen zich toch af hoe een mooi leven te leiden, zonder de angsten en het lijden weg te moffelen?
Wat de belangrijkste vraag is voor een mens, hangt van zijn eigen inzichten en zijn eigen levenssituatie af. Het komt Bouke Vlierhuis niet toe dat in andermans naam te bepalen.
Oh ja: een mens moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Met eigen normen en principes door het leven gaan, want die zijn per definitie veel hoogwaardiger en vooral onbaatzuchtiger als ze niet uit groepsgedrag voortspruiten. En hoe zal die mens al die normen en waarden verwerven? In zijn eentje de hele beschaving uitvinden?

Boeddhisme?

Volgens Vlierhuis moet je Boeddhist wezen. Immers: je moet alles doen wat lijden opheft. Nou: als dàt Boeddhisme is, ben ik alleszins geen Boeddhist. Laten we dan maar geen nakomelingen meer verwekken, want dat wekt lijden op. Niet zozeer bij het baren, maar vooral erna. Bij de opvoeding. En lang erna. Vlierhuis schijnt zelf geen kinderen te hebben.
Overigens zal zijn versie van Boeddhisme in het hedendaagse denken op maar weinig bijval kunnen rekenen.
Om meteen naar de kern te gaan: Vlierhuis’ afkeer voor groepen. Wilhelm Schmid schrijft in zijn Filosofie van de levenskunst dat mensen hun zelfbeeld maar slechts in relatie en in discussie met de anderen kunnen verwerven. Wie zich dus afkeert van de anderen, ontneemt zichzelf de kans op een duidelijk zelfbeeld en schept de existentiële angsten, die voor Bouke Vlierhuis kennelijk de oorsprong van alle kwalen zijn. Meer zelfs: het samenleven met de anderen is, ruim genomen, zelfs de grondslag voor de zorg voor anderen, bijvoorbeeld allerlei kanslozen, in de maatschappij. Kunnen zo’n kanslozen het dan ook prima solitair redden? Moeten we hen dan maar laten stikken?
Zelfs Hans Achterhuis, die door links als één van hun grote ideologen wordt opgevoerd, ziet de wij-zijtegenstelling als onvermijdelijk. Meer zelfs: in zijn monumentale Met alle geweld roept hij dit onderscheid uit tot een van de menselijke universalia, dat zelfs creatief kan worden ingezet. Ook de linkse filosofe Chantal Mouffe meent dat het ik-zijantagonisme constitutief is voor het menselijk samenleven.
Ik vrees dat de opvattingen van Vlierhuis even weinig met Boeddhisme hebben te maken, als mijn kat vandoen heeft met metafysica. ‘De moderne tijd is de periode die als geen andere het verlangen naar lust met het leven heeft geïdentificeerd, zonder intussen een kunst van de omgang met de lusten te ontwikkelen. Hij heeft de droom van het universele geluk gevoed, van het goede leven, dat gelijkgesteld wordt met welvaart, van het één zijn van de afzonderlijke mensen in een gemeenschap, van de opheffing van tegenstrijdigheden, om alleen nog maar voor de lust te leven; een echt Arcadië, één groot toneel van het gelukzalige leven: dat is de droom die de burgerlijke wereld heeft gedroomd.’ Vlierhuis’ Boeddhisme heeft niets met Boeddhisme te maken. Het is een vulgair misbruik van een verheven Oosterse wereldbeschouwing om zijn egoïstische genotzucht in te verpakken.

Onbegrijpelijk

Ik begrijp niet waarom Streven zoiets in zijn kolommen opneemt. Wat hier verkondigd wordt, is anti-christendom.
In hetzelfde nummer is Harold Polis aan het woord. Ook hij is helemaal niet geporteerd voor het bestaan in en met groepen. Voor hem zijn manifestaties zoals de IJzerbedevaart belachelijke, oubollige bezigheden van romantische zielen die te aansluiting met de tijd hebben gemist. Heeft meneer Polis zich al eens voorgesteld wat het écht betekent: verwikkeld te zijn in een militair gevecht? Weet je wat dat werkelijk is, meneer Polis? Dat is de dood. Dood, vernieling en ellende en alléén maar dàt. Het zijn kapotgeschoten, rondspattende menselijke lichamen, oorver-dovende ontploffingen van bommen die je kameraden aan stukken rijten. Nog warme, rondvliegende darmen. Het is het afgeschoten hoofd van je beste vriend dat voor je voeten rolt, de verbijsterde ogen nog open, je vol angst toestarend. Dàt te bestijden, meneer Polis: dàt is wat de IJzerbedevaart doet. Daarmee te spotten behoort tot het laagste waartoe een mens zich verlagen kan.

Sinds de Franse revolutie is alles verdacht wat tussen de abstracte, universele mens en het loutere op zichzelf staande individu komt. Alles wat mensen concreet maakt, hen definieert, moet met grote kritische zin worden bekeken. Elke identiteit moet met de allergrootste achterdocht worden behandeld, als gold het ongeneeslijke lepra. Alleen wat binnen het allerpersoonlijkste, individuele coconnetje kan worden gehouden, is nog toelaatbaar. Want in de tweehonderd jaar die ons zijn vooraf-gegaan, werd ‘bewezen’ dat elk engagement met alles wat tussen de abstracte mens en het hoogstindividuele persoontje ligt, tot miserie leidt.
Ziedaar het grote trauma van de westerse mens.
En ik die dacht dat het christendom er nu net was om deze heilloze dichotomische eenzijdigheid te doorbreken…

Ik begrijp Streven niet.


Jaak Peeters