zondag 14 juni 2009

Een verontrustende vraag

Asielrecht is een heilig recht. Het zal je maar overkomen: je krijgt in je land waar je voorouders als sinds mensenheugenis wonen eensklaps te maken met een regime dat jou plots tot ‘ongewenst persoon’ verklaart. Dan ben je maar wat blij als je opgelucht de bodem van een buurland betreedt, waarna je je lijf en dat van je familie tenminste veilig kunt achten. Het hatelijke fenomeen van uitdrijving van ongewenste personen begeleidt helaas de historische gang van de mensheid doorheen zijn geschiedenis. Altijd weer waren er mensen en groepen die voor nieuwe machthebbers plots ongewenst waren. De Joden, de protestanten, de katholieken, de Zigeuners, de Koerden, de Basken – jawel: ook in het hedendaagse Europa bestaat zoiets. Naar te vrezen valt zal deze kwaal altijd blijven bestaan. Zolang bedenkelijke machtsregimes aan de macht kunnen komen, bestaat de kans dat mensen in hun eigenste geboorteland plots gevaar lopen van kant te worden gemaakt.

Dat risico bestaat overal. De as van het kwaad is potentieel overal aanwezig. Jazeker, meneer Bush. Je moet daar niet zo selectief bij doen. De wereld indelen in goed en slecht lijkt me veel te simplistisch. Stel je voor dat de lieden die de N-VA-ers op een schip wilden laden en dat dan vervolgens midden op de oceaan tot zinken wilden brengen werkelijk de macht in handen zouden krijgen. Overigens hoeft het niet altijd te gaan om gevaar voor het leven. Je kan ook getroffen worden door wanstaltigheden zoals het beruchte Berufsverbot. Stel je voor. Je bent arts en nog een goede ook. Maar je staat toevallig ook bekend als een overtuigde Vlaming. En dan komt daar echt het soort lieden aan de macht dat het maritieme voorstel van hierboven formuleert…

Jaja: het is boven elke twijfel verheven. Asielrecht is een heilig recht. We moeten het koesteren. Als dientengevolge mensen voor een hen vijandig regime op de vlucht slaan en in Vlaanderen asiel vragen, moeten we die vraag met de grootst mogelijke welwillendheid onderzoeken. En met dat onderzoek verdorie geen jaren wachten. Die procedure duurt nu veel te lang. Moet je je dat voorstellen. Je bent op de vlucht omdat je vreest van kant te worden gemaakt, opgesloten, gemarteld of je familie gemolesteerd of nog andere dergelijke fraaie dingen. Als het om zoiets gaat, is de menselijke fantasie onuitputtelijk. Markies De Sade heeft voor ons een inventaris gemaakt. Maar in de twintigste eeuw hebben we geleerd dat die inventaris verre van volledig was.

Zodus: je bereikt heelhuids de bodem van een andere staat, waar je hopen mag dat tenminste je leven veilig is. Men duwt je bij je aankomst vooreerst in een overvol asielcentrum, gelijk pas gevangen haringen in een tonnetje. Of in een complex dat voor een opvangcentrum moet doorgaan. En daarna moet je wachten. Wachten. Wachten. En nog steeds wachten. Weken, maanden, jazelfs: jaren. Er zijn er die meer geluk hebben en in hotelkamers terecht komen. Maar ook zij moeten vervolgens wachten… Voor mensen die van een spannend leven houden bezit zoiets misschien een aantrekkelijk kantje. Maar ik betwijfel of er veel lieden rondlopen die erg opgezet zijn met dergelijk ‘spannend leven’.

Dit alles gezegd hebbend, horen niettemin enkele kritische vragen gesteld. Wil men me eens even uitleggen waarom er in dit land nog steeds asielzoekers binnenstromen uit landen zoals Bosnië en Kosovo? Daar huist toch die fameuze NAVO-macht, die orde op zaken moet houden? En de Congolezen? Want d’er zijn nogal wat asielzoekers uit dat land. Niemand betwist dat sommige mensen in bepaalde volksgroepen in Congo op z’n zachtst ‘ongewenst’ zijn. Maar betekent dat ook dat die mensen zo nodig naar Europa moeten kunnen om nota bene asiel te vinden?

Ik geef maar enkele voorbeelden. Op dit punt aangekomen begint mijn meer dan gemiddeld ontwikkelde kritische zin op te spelen. Als een Bantoe zich niet veilig voelt middenin een Sanomgeving, dan volstaat het dat hij een paar honderd kilometer – zo groot is dat land – oostwaarts trekt, om zich voortaan veilig te kunnen voelen. Maar Europa ligt verder weg. Er klopt iets niet met de manier waarop tegenwoordig met het asielrecht wordt omgesprongen. Asielrecht is uitgevonden om mensen op te vangen die op de vlucht zijn voor politiek geweld van welke aard. Mensen dus die om etnische redenen of omwille van hun geloof, huidskleur of welke eigenschap dan ook in levensgevaar komen als ze hun biezen niet pakken.

Maar mij bekruipt de ongemakkelijke gedachte dat in sommige delen van de wereld en in sommige milieus voor dat begrip een andere betekenis is gaan postvatten. Asielrecht lijkt wel het recht om zich te vestigen in die delen van de wereld waar het goed is om leven – beter alleszins dan de plek waar men tot dan toe leefde. Dat lijkt me oneigenlijk gebruik van asielrecht. Ik gebruik niet graag de term misbruik. Het klinkt zo scherp. Niet dat mensen niet het recht hebben om een goed leven te leiden. Maar de uitoefening van het asielrecht is wel even iets anders dan het recht om zich in de meest welvarende delen van de wereld te vestigen. Zo zou je met reden kunnen volhouden dat wie vindt dat hij het recht heeft om goed te leven, ook het recht moet hebben om die goede toestand te verwerven – en dus een einde te maken aan de toestand van ellende, waarin hij en wellicht met hem vele anderen tot dan toe leefden. Simpel gezegd: hij moet ervoor werken. Dat hebben onze voorouders ook moeten doen. En hij heeft het recht om de vruchten van zijn noeste arbeid zélf te plukken. En op dat punt scheelt er wat. Zeker weten. Maar dat is een àndere kwestie.

En ja: er bestaat ook een recht op rechtmatige hulp en op steun vanwege de meer welvarende delen van de wereld. Maar dat is nog altijd geen asielrecht. En overigens: men moet dat oneigenlijk gebruik van het asielrecht ook niet wegmoffelen onder verhullende woorden zoals economische vluchtelingen. Goed: je gaat elders je kansen beproeven. Dat mag. Maar er moet echt wel meer aan de hand zijn, als je over asielrecht wil spreken. Hoe miserabel ook het leven van vele mensen ook zijn moge: asielrecht is van een andere orde. Je kansen elders beproeven is toegestaan, maar is dat ook een heilig recht? Je mag altijd proberen, en op de vlucht slaan voor de miserie waarin je leeft, daar niet van. Maar je leven staat niet op het spel. En dus moet je niet op diezelfde goedgunstige welwillendheid rekenen, waar echte asielzoekers recht op hebben.

Welwillendheid is namelijk ook aan erosie onderhevig. Als steeds meer autochtonen het gevoel krijgen dat een loopje wordt genomen met de juiste betekenis van het begrip ‘asiel’, dan neemt op den duur de welwillendheid zélf af. Ik weet niet of dat loopje werkelijk wordt genomen. Maar het feit dat de vraag wordt gesteld is op zich al erg verontrustend.

Jaak Peeters

dinsdag 9 juni 2009

Ook de Ethiopiërs…

Rik Pinxten, voorzitter van de humanistisch-vrijzinnige vereniging, heeft in Knack zijn wijsheid geëtaleerd. Hij vindt in de verkiezingsuitslag van 7 juni de droevige bevestiging dat Vlaanderen conservatief stemt.

Rik Pinxten, schrijver van een paar cultuurfilosofische boeken en professor aan de universiteit van Gent, weet ons nog met grote droefheid mee te delen dat Vlaanderen weigert deel te nemen aan de herverdeling van de goederen in de wereld. Dat het Vlaams Belang achteruitboerde, kan hen nauwelijks tevreden stellen, want N-VA en LDD houden er volgens onze geleerde man dezelfde opvattingen op na. Vooral de oplossing van N-VA vindt hij 19e eeuws.

Wat deze oplossing dan is, deelt hij ons niet mee. En wij die dachten dat N-VA een heel palet aan maatschappelijke problemen aanpakt: van gehandicaptenzorg tot de kwaliteit van het onderwijs, van realistische milieuzorg tot even realistische ontwikkelingshulp. Is N-VA niet een van de weinige partijen die 1% van het BBP aan ontwikkelingshulp wil besteden? Was het niet minister Bourgeois die het Vlaamse budget daartoe vertienvoudigde?

Waar professor Pinxten voorts zedig over zwijgt: de unieke prestatie van N-VA om als kleine partij toch maar een inburgeringsdecreet op het getouw te zetten. Overigens: wat is er mis met iets uit de negentiende eeuw? Is alles wat tussen die negentiende eeuw en vandaag ligt, namelijk La Belgique, dan misschien zo’n vooruitgang? Is het dat wat Pinxten ons wil meedelen?

Maar het is niet aan ons om een partij te verdedigen. Die is mans genoeg om dat zelf te doen.
Maar wat me niet zint is de beschuldiging dat Vlaanderen niet bereid zou zijn te delen. Dààrvoor verdient Pinxten drie maanden verplichte strafarbeid in een psychiatrisch ziekenhuis naar eigen keuze. Zelfs de meest bescheiden schattingen stellen dat de transfers naar Wallonië 7 miljard EUR bedragen. Hoezo, niet delen??

Moet Vlaanderen, samen met het hele westen, geen grotere inspanning leveren om de derde wereld te helpen? Is er één N-VA-er die dat ontkent? Maar als je zoveel zuurverdiend geld besteedt, dan mag je toch wel eisen dat dit geld goed besteed wordt – zou ik toch zeggen. Is het dan niet redelijk dat het westen hervormingen eist, die maken dat het beleid in de derde wereld efficiënter wordt? Is het niet redelijk wat paus Benedictus stelde: condooms uitdelen helpt niks, als de mensen ze niet gebruiken. Dat is toch berejuist?

Maar ook Pinxten zweeg op dat eigenste moment. Of hij zweeg niet: hij huilde mee met de wolven in het bos. Omdat het de paus was. Niet om wat die man vertelde. Pinxten kan niet verkroppen dat zijn links-anarchistisch egalitair ideaal steeds meer mensen de keel begint uit te hangen. Maar mensen hebben geen boodschap aan theorieën die in de lucht hangen. Daar eet niemand brood van. Ook niet in de arme landen. En Opel wordt er niet mee gered.

Want reken maar: als de Ethiopiërs in de schoenen van de Vlamingen zouden staan, zouden ze net zo stemmen. Tot spijt van alle Rik Pinxtens.
Jaak Peeters

dinsdag 26 mei 2009

Het concordaat van de rode kardinaal

Verhoudingen tussen kerk en staat worden in veel landen bepaald door een concordaat. Dat is een verdrag tussen de Heilige Stoel en de staat, dat de wederzijdse rechten en plichten vastlegt: de vrijheid van godsdienst, het huwelijksrecht, het eigendomsrecht en onderhoud van kerkgebouwen, de bezoldiging van bedienaars van de eredienst, de benoeming van bisschoppen, de katholieke scholen en het godsdienstonderricht op openbare scholen, ... Omdat het gaat om een internationaal verdrag, is een concordaat eerder statisch. Concordaten worden dan ook niet in het parlement geschreven, maar door diplomaten. In België geldt zo nog steeds het concordaat van Napoleon uit 1801.

Een van de meer recente concordaten is het Dollfuß-concordaat uit 1933, dat toenmalige kardinaal Pacelli, de latere oorlogspaus Pius XVII, sloot met de Oostenrijkse dictator, niet lang nadat die het parlement had afgeschaft. Na de oorlog, onder socialistische regeringen, was het dan ook helemaal niet vanzelfsprekend dat het concordaat zou worden voortgezet, en pas in 1960 slaagde aartsbisschop König er mits vaardige diplomatie en enige toegevevingen in, het Dollfuß-concordaat te herstellen, wat hem de bijnaam "de rode kardinaal" opleverde.

Deze korte voorgeschiedenis kan misschien een ander licht werpen op de merkwaardige hemelvaarthomilie van Königs opvolger, aartsbisschop Schönborn. Die reageerde bijzonder heftig op de slogan van de Europese verkiezingscampagne van de rechts-radikale FPÖ: "Abendland in Christenhand - Tag der Abrechnung". Dat de kerk zeer gevoelig is voor een humaan vreemdelingenbeleid, is ons ook in België bekend. Het zal dus niemand verbazen dat mgr. Schönborn zich niet gelukkig voelt wanneer het christendom als opgestoken vuist gebruikt wordt tegenover (moslim-)immigranten. Hij richt een aantal rake pijlen op het zwaktebod van de FPÖ, dat het christendom wil verdedigen door grenzen te sluiten, terwijl de ondergang van het westerse christendom veeleer aan zichzelf is te wijten: noch demografisch, noch missionair slaagt de Westerse kerk erin haar ledenaantal op peil te houden.

Schönbrons homilie is vooral merkwaardig, omdat ze een onverholen politieke boodschap draagt. Sinds het tweede vaticaans concilie wordt het immers ongepast geacht dat bisschoppen of
priesters zich in verkiezingstijd vanop de preekstoel met politiek inlaten. Hij begint zijn homilie echter met een argumentatie waarom het in sommige omstandigheden juist wel gerechtvaardigd is dat de kerk uitspraken doet over het christelijke gehalte van partijprogramma's. Daarvoor haalt hij de intellectuele mosterd bij zijn voorganger, mgr. König.

Toeval? Of mogen we opperen dat deze opmerkelijke stellingname niet alleen wordt ingegeven door de christelijke bewogenheid van een sociaal-voelend kardinaal, maar dat Schönbrons homilie kadert in het diplomatiek evenwicht tussen politiek en kerk? Is zijn preek een nieuwe bekrachtiging van het concordaat, ter wille van de progressieve bondgenoten van weleer? 't Is maar een losse flodder, maar toch...

Als een ware donderpreker, roept Schönborn rampspoed en verdoemnis af over de FPÖ-kiezers. Eerst door op te merken dat ons sociaal systeem zonder instroom van migranten zal ineenstorten (dat lijkt wel een citaat uit het programma van een sociaal-democratische partij!), en dan haalt hij Christus prediking aan: "wie niet gelooft, zal verdoemd worden", waarbij 'geloven' te lezen is als 'leven volgens de christelijke waarden van liefde en openheid'... ook in het stemhokje.

Hoe moet het Westers christendom het kruis van zijn eigen ongeloof en ondergang dragen? Met welke middelen mag het zijn identiteit verdedigen en zijn plaats in de samenleving opeisen, die het nota bene zelf heeft vormgegeven? Daarop biedt Schönborn geen antwoord. En ik bedenk me dat een concordaat, met zijn ingesloten politieke en diplomatieke afhankelijkheden, in deze omstandigheden eerder een last dan een lust is voor de kerk.


Vic Mortelmans

donderdag 7 mei 2009

Keynesiaans populisme

De economische crisis is een droom voor politici die zich graag zien als 'redder des vaderlands'. Overheidsgeld maken is niet zo moeilijk: extra belastingen of meer schulden, da's zo gepiept. En als er al iemand daarop kritiek heeft, is er altijd de econoom Keynes die wetenschappelijke zou hebben aangetoond dat overheidsinterventies een economische crisis het hoofd kunnen bieden. Maar is het dat wat Keynes heeft bedoeld? En zouden politici zich niet beter de roeping van 'goed huisvader' aanmeten, dan 'redder des vaderlands'?

Reeds eind vorig jaar wees Ivan van de Cloot de Keynes-aanhangers erop dat deze econoom inderdaad voorstond dat de overheid geld moet veil hebben om de koopkracht in crisistijd te beschermen, maar dat veelal wordt vergeten dat de overheid enkel middelen kan aanwenden waarvoor ze in positieve conjunctuurtijden door 'goed huisvaderschap' ruimte heeft geschapen. Dat dit in Belgie niet het geval is, toont ons de erfenis van de regeringen Verhofstadt. Keynes' theorie is dus in ons land spijtig genoeg niet van toepassing. Keynes wilde juist via de koopkracht de consumptie in crisistijd gebruiken als hefboom om de economie vlot te trekken. Met een structureel veel te hoge schuldenlast en dito belastingen, komt daar natuurlijk niks van terecht.

Dat is echter niet alles. Her en der wordt ook de theorie zelf van Keynes in twijfel getrokken. Voor Keynes zijn wet formuleerde, gold de wet van Say, die zegt dat niet de consumptie, maar wel de produtie de hefboom is die het gezondheidspeil van de economie bepaalt. Willy de Wit toont aan dat Keynes' theorie in alle praktijktoetsen, met name de crisissen van de jaren '30 en '70, is gefaald, mede juist doordat via kunstmatig lage intrestvoeten, een kredietzeepbel wordt gecreeerd, zoals die nu in ons gezicht is opengespat. Irreele kredieten leiden tot onrendabele investeringen, en die zetten de productie op losse schroeven.

De wet van Keynes lijkt dan ook meer aanhangers te kennen onder politici dan onder economen. Dat zag ook al in de jaren '50 Ludwig von Mises, die Keynesiaanse staatslieden populisme verweet omdat hun politiek elke lange-termijnvisie ontbreekt. Hij leert ons vandaag de echte van de vermeende populisten onderscheiden.

Andere critici van Keynes bevinden zich aan de linkerzijde van het economische spectrum. Keynes maakte al een bescheiden correctie op het klassieke marktdenken, door te stellen dat productie geen rechtstreekse bron van koopkracht is. Koopkracht kan immers ook worden opgespaard. Volgens de aanhangers van Marx gaat die correctie niet ver genoeg, en is het onevenwicht tussen productie en koopkracht veeleer te wijten aan de accumulatie van rijkdom door de producenten. Quasi unisono vinden we opinies uit de hoek van de Linkse Socialistische Partij en van het ACW, die ervoor pleiten de kapitaalsaccumulatie te doorbreken, middels belastingen op hoge inkomens en kapitalen.

Of men het nu oneens is met Keynes, of inziet dat Keynes' theorie krachteloos is als gevolg van historisch wanbeleid in de staatshuishouding, maakt geen verschil. De enige conclusie is dat de crisis in Belgie niet kan worden gered door staatsinterventie. De staat roept: "de economie kan het niet, wij moeten het doen", maar overschat zichzelf terdege, want als Belgie iets aantoont, is het dat ook de staat "het niet kan".

Heel terecht vraagt Jan Jambon dus dat eerst het huishouden in Belgie op orde wordt gezet. En heel terecht moeten we ons met Derk Jan Eppink vragen stellen bij de 'visie' die Guy Verhofstadt koestert voor een Europa dat op zijn beurt de crisis moet gaan redden, door eigen belastingen te heffen en eigen staatsschuld op te bouwen.

Vic Mortelmans

zondag 26 april 2009

De fictie van het postideologisch tijdperk

In 1960 verscheen Daniel Bells boek over het einde van de ideologieën. Dat was in die dagen slechts de literaire uidrukking van een overtuiging, die door zowat de halve intellectuele wereld werd gedeeld.

De grondideeën van deze opvatting berustten op de gedachte dat de mens door de afschuwelijke gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog zodanig was gelouterd, dat hij immuun zou zijn voor de verlokkingen van straffe, al dan niet universalistische ideologieën. Die hadden immers hun ware gelaat heel openlijk getoond. De Franse schrijver Lyotard lanceerde hierbij aansluitend zijn ‘postmodernisme’. Het einde van de grote verhalen. Bovendien, zo stelden een aantal auteurs, was de eeuw van de manager aangebroken. Niet de ideoloog, doch de manager werd geacht de toekomst te zullen bepalen. In het spoor van een goede marxistische indoctrinatie meenden velen dat het niet aankwam op de bovenbouw, maar op wat de economische toestanden te bieden hadden. De onderbouw dus. En deze laatste waren het exclusieve jachtterrein van managers en de captains of industry.

Het leek er lange tijd op dat de eindtijdvoorspellers het gelijk aan hun kant zouden krijgen. Zeker toen het reëel bestaande socialisme instortte. De Europese Gemeenschappen, toen een vooralsnog hoofdzakelijk economische constructie, boekte successen – precies omdat ze zich verre hield van elk ideologisch gekrakeel.

Niet weinigen waren met deze ontwikkeling in hun nopjes. Hadden de ideologieën niet getoond uiteindelijk allemaal in hetzelfde bedje ziek te zijn? Of een ideologie rechts is – zoals het nazisme – of links – zoals het marxisme-: het feitelijke resultaat is hetzelfde: een kleine groep onderdrukt een meerderheid met het oog op de realisatie van haar wereldbeeld. Dat bleek telkens weer een dood spoor. Er komt nooit wat goeds uit voort. Het einde van de ideologieën werd dus ervaren als een verlossing. Een nieuw begin ook, los van al die bevlogen theoretici, de nationalistische dagdromers en makelaars in geloof en overtuiging. Voortaan zouden alleen nog de harde cijfers van tel zijn. De Standaard bande haar oude AVV-VVK. Het was te Vlaams en te christelijk. Het zou sommige lezers kunnen afstoten. En op lezers en leescijfers: dààr kwam het voortaan op aan. In de ziekenhuizen werd alles gestructureerd volgens de scores. Ziek of niet ziek, haren gewassen of niet: scores dicteren voortaan het werk van verpleegsters.
Vandaag de dag zal niemand nog kritiekloos aanvaarden dat de ideologieën uit het straatbeeld zijn verdwenen. De afkeer tegenover een kleurloze Standaardredactie zet zich vooralsnog niet in dalende omzetcijfers om, doch dat is alleen bij gebrek aan een goed alternatief. In de wereld van de ziekenhuizen stijgt allerwegen het gemor op bij het verplegend personeel, dat vindt dat éérst de zieke mens komt en de scores hen kunnen gestolen worden. Het is verre van zeker dat de ideologie heeft afgedaan.

De EU werd van een succesvolle economische machine omgebouwd tot een zwabberige politieke constructie, die ook nog een eigen economie blijkt te bezitten. De politiek heeft inmiddels volop beslag gelegd op dat wat zich ‘Europa’ noemt. En daarmee is ook het soort discussies losgebarsten dat we sedert het verklaarde einde van de ideologieën niet meer gewend waren: territoriale discussies. Kan Turkije lid zijn van een Europese Unie? Dat lidmaatschap wordt nota bene verdedigd met … ideologische argumenten. Ze werden onlangs verwoord door Dirk Verhofstadt. Turkije hoort in Europa, omdat op die manier de waarden van vrijheid en democratie ook in Turkije verankerd worden. Waarop Matthias Storme antwoordde dat je met dàt argument vanzelfsprekend de héle wereld bij de Europese Unie kunt doen aansluiten. Als dàt geen triomfantelijke terugkeer van de ideologie is!

Een tweede terrein waarop de ideologie duidelijk aan zet is, is het religieuze en dan gaat het niet eens om het fundamentalisme. De confrontatie van de Islam met het Christendom op Europese bodem werpt de Europeaan de hele problematiek van de grondwaarden van zijn beschaving in het gezicht. Sinds de Verlichting, zo dachten we toch, waren we erin geslaagd de godsdienstconflicten voorgoed op te ruimen. We hebben dat gedaan door godsdienst eerst tot regionale kwestie te verklaren en vervolgens te verbannen naar de persoonlijke levenssfeer. Of dat ook echt kan werken valt te betwijfelen maar doet niet terzake, doch precies deze ‘oplossing’ wordt door de Islamitische hang naar de Sharia behoorlijk uitgedaagd. Het is duidelijk dat twee ideologieën regelrecht tegen elkaar aanbotsen.

Ten derde: nooit, zo komt het me voor, was de krampachtigheid waarmee een zelfbenoemde politieke elite de lakens meent te moeten uitdelen en anderen de wet voor te schrijven, groter. Ik herinner eraan dat de wetten op het negationisme en al die andere opiniebeperkende wetten ontwikkelingen uit de late twintigste eeuw zijn, zeg maar: zowat sinds 1990. Dat is lang nadat volgens Bell het postideologisch tijdvak was aangebroken, in de dagen van het ineenzakken van ‘het laatste ideologische bolwerk’ en midden in het zogeheten ‘tijdperk van de managers’. Was die ideologie dan toch niet écht weg? Waar kwamen die plotse oprispingen van hardvochtig-beperkende ideologie dan wel vandaan? Waarom ook zouden de partijgangers van de lange mars door de instellingen hun ideologische doelen hebben opgegeven? Het beruchte en volstrekt ondemocratische cordon sanitaire – hoezeer dat de betrokken partij ook goed moge uitkomen - dateert van 19 november 1992. De grond van dat fameuze ‘cordon’ ligt officieel in het verdedigen van de democratische waarden. In werkelijkheid gaat het om het uitsluiten van opvattingen en overtuigingen die men ‘gevaarlijk’ en bijgevolg onwenselijk acht en die bovendien electoraal zo aantrekkelijk zijn, dat ze de posities van de zittende politieke klasse in gevaar zouden kunnen brengen. ‘Ongewenste opvattingen’: heeft dat niets iets vandoen met ideologie?

Plaatselijke initiatieven die een pragmatische samenwerking tussen lokale mandatarissen van N-VA en wat toen nog het Blok heette, op het oog hadden, werden steevast afgeblokt, uit schrik door een linkse, politiek correcte klasse in de media te worden afgemaakt. De leiding van de veel kleinere N-VA had hierbij maar héél weinig keus. Vandaag de dag worden onze kinderen door de Vlaamse onderwijsminister gedwongen tot herinneringseducatie, nadat ze de jaren voordien met kosmopolitische en multiculturele dromerijen om de oren werden geslagen en het leerkrachten verboden was aan kinderen een duidelijk uitgesproken christelijke én Vlaamse mening aan te leren. Alles moest en zou in het teken van de kosmopolitische, multiculturele maatschappij. Sinds de moord van Theo van Goch zijn de verlokkingen van die dromerijen wat afgezwakt. Achterhuis was daar niet weinig cynisch over. Maar geen nood: politiek corrrect ontwapent niet – uiteraard in naam van de democratie. Want politiek correct bepaalt per definitie wat u, als burger, hoort te denken en te doen. Als u van dat patroon afwijkt, bent u geen democraat. U zult democraat zijn, maar wel volgens ònze opvattingen.

De ideologie heeft niet alleen niet afgedaan.

Fataal voor de opvattingen van postideologen is hun onvermogen de goegemeente ervan te overtuigen dat het managerdom en de voorrang van economische principes, zelf géén ideologie is. De voorrang van het economische wordt steeds meer als een onderdrukking met ernstige morele en culturele dimensies ervaren. De mens wordt immers herleid tot slechts producent en consument. Bovendien blijkt steeds meer dat deze slechts in schijn waardenvrije economie en dito managerdom perfect hand in hand blijken te gaan met heftige ideologische discussies. Zelfs als het economisch denken het predikaat ‘ideologie’ niet hoeft te krijgen, dan nog is de ideologie nooit ver weg. Nog heel recent vond het vrijzinnige België in uit haar verband gerukte uitspraken van de paus voldoende reden om nog eens goed uit te halen naar het katholicisme. En intussen is de kaart van Europa vrijwel onherkenbaar veranderd: zo dagdromerig zijn die nationalistische drijverijen kennelijk niet.

Neen, we leven niet in een postideologisch tijdperk.

Jaak Peeters

dinsdag 7 april 2009

Onoprechtheid

Eigenlijk zou ik er geen aandacht aan mogen schenken : ze is het gewoon niet waard. Mia ‘barones’ Doornaert – over haar gaat het - is nog eens uit haar rol gevallen – of toch niet? Want, zo weet de zelfverklaarde politiek filosofe ons te vertellen, wie opkomt voor identiteit, gaat zich daarom nog niet te buiten aan nationalisme, racisme enzovoorts. Haar wijsheid viel te lezen in haar lijfblad De Standaard, het blad dat ooit het AVV/VVK voerde.
Dat laatste is lang vervlogen tijd.

Nationalisme, racisme… U vult zelf maar in, lezer. Want iedereen kent inmiddels het rijtje. Jaja: volgens Mia ‘barones’ Doornaert kan je best een goede Vlaming zijn, en toch het voortbestaan van de federale Belgische staat wensen. Nou moe: dat moet ze mij toch eens uitleggen.

Eerst de gelijkstelling van nationalisme met zowat alles wat geacht wordt slecht te wezen. Vergeefs zoek ik naar een definitie van ‘nationalisme’. Een goed handboek c.q. goede tekst hoort toch te beginnen met een definitie van de kernbegrippen? Waar hebben we het anders over?

Niet zo bij Mia ‘barones’ Doornaert.
Nationalisme is slecht. Definitie overbodig. Gelijkstellingen onbetwijfelbaar. En ik die dacht dat ‘nationalisme’ voortkomt uit het Latijnse nascere, wat zoiets betekent als ‘geboren worden’. Nationalisme heeft dus te maken met het beleven van het gemeenschappelijke dat iedereen verbindt die uit hetzelfde ‘nest’ afkomstig is. Zoals bloedverwantschap of familiale samenhang.

Sedert de dagen van de Romantiek passen we het begrip nationalisme toe als we spreken over een gemeenschap, die men een ‘volk’ noemt. Slimmeriken zullen dan antwoorden: en hoe definieer je dan ‘een volk’? Want je kunt op die manier blijven opschuiven…


Vlaanderen is een volk, omdat we dat zo wensen of beslist hebben én omdat er voldoende gemeenschappelijke kenmerken bestaan, om Vlaanderen als een apart geheel van de rest van de wereld te onderscheiden.

Daarmee is het bestaan van België toch niet veroordeeld, zul je zeggen?
Neen, dààr bestaan andere redenen voor. Uit nationalisme volgt niet noodzakelijk separatisme. De Friezen kiezen niet voor de eigen staat. Gellner sloeg de plank wel degelijk mis.

Die redenen: er zijn er een hele reeks. Ik geef er enkele.

Ten eerste: België is het product van het internationale, francofone politiek gekonkel – ik kies het woord bewust, want de Belgische ‘omwenteling’ werd in Parijs door hoge officieren en politici voorbereid met het oog op de stille inlijving van wat men ‘België’ heeft genoemd bij La Grande Patrie. Sinds wanneer vallen er morele redenen op te sommen om de producten van zulke politieke konkelarij te bestendigen? Moesten we dan maar de exploten van de heer Hitler ongehinderd laten plaats vinden én ze vervolgens nog honoreren ook – bijv. door de annexatie van Tsjechië maar meteen goed te keuren? Bestaat er in de kerkelijke leer niet zoiets als restitutieplicht, dit wil zeggen: de plicht om de gevolgen van slechte daden zoveel mogelijk ongedaan te maken?
Daarvoor hoef je zelfs geen christen te zijn.

Ten tweede: de Vlaamse ontvoogding is een democratisch product van allereerste kwaliteit. Tégen een vijandig regime, zonder geld, met de inzet van vele duizenden kleine luiden: is dat dan geen democratie bij uitstek? En dàt zou ik moeten misprijzen? Is democratie niet hét stokpaardje van de heersende linkse klasse? Of toch dan maar niet?

Ten derde: België werd bij zijn ontstaan ‘Franstalig gedefinieerd’, zoals Bart Dewever dat omschrijft. In mensentaal: het in 1830 gestichte Belgique was zonder verder nadenken Frans en Franstalig. Dat daar een meerderheid anderstaligen woonden, was geen punt. Dat ligt puur in de lijn van het Franse imperialisme. Danton had in 1792 verklaard dat de ‘natuurlijke grenzen’ van Frankrijk aan de westelijke rijnoever lagen. Dat in die gebieden ook Vlamingen en Zuid-Nederlanders ( wat eigenlijk hetzelfde is) en voorts ook nog Duitsers: dat was niet aan de orde. En François Mitterand, president van Frankrijk van 1981 tot 1995, verklaarde dat er in Frankrijk geen plaats was voor regionale talen.

De Belgische plannen voor het uitroeien van ‘het Germaanse element’, liggen dus helemaal in de lijn van het denken van de ‘Franse definitie’ van La Belgique en van het Francofone imperiale denken. Zich daartegen verzetten, is dat niet zoiets als zich verzetten tegen etnocide? Hoort dat niet onverbrekelijk bij de mensenrechten, waarop figuren zoals Mia ‘barones’ Doornaert zich beroepen? Hoe leg je anders de dekolonisatie uit?

Nu zou je kunnen volhouden dat België intussen van natuur veranderd is.
Om maar meteen helder te zijn: daar is niets van aan. Als er iets is, wat de laatste twee jaar duidelijk is geworden, is het wel dat. Want precies omdat België in de geesten van ‘onze’ Franstaligen een Franstalig land is, weigeren zij de taalwetten na te leven, die ze nota bene zelf mee hebben goedgekeurd. België is van hen en van hen alleen. Zij bepalen wat recht is. En recht is wat het Frans bevordert. En precies daarom ook kan Madame ‘Non’ Milquet in België minister worden. En precies daarom hebben grendelgrondwetten en allerhande blokkeringsmechanismen de positie van de Franstaligen tot een feitelijke beslissingspositie gebetonneerd…

Niemand ziet hoe de zaak kan veranderen – waarom zou je als Franstalige ook?
Maar niettemin vindt Mia ‘barones’ Doornaert dat je desondanks een goede Vlaming kunt wezen én toch België behouden. Een goede Vlaming die de ondergeschikte positie van zijn volk wil bestendigen? Waar hebben we dergelijke onzin nog gehoord? Destijds, in La Libre, als die reactionaire tante het had over “Flamands modérés”. Gemodereerd is iemand die de Franstalige dominantie aanvaardt. Nou, zeg!

Laten we kort zijn: Vlamingen zijn een volk en ze zijn dat op puur democratische gronden geworden. België is géén democratisch product en zijn voortbestaan hindert de normale ontwikkeling van Vlaanderen.
Dus moet België verdwijnen. Tenzij men wil volhouden dat staten het doel vormen en de mensen het middel. Maar dan is Mia ‘barones’ Doornaert toch wel enige uitleg verschuldigd. Dus: La Belgique moet weg. Alleen al om democratische redenen.

Ik ging het even hebben over de gelijkstelling van ‘nationalisme’ met zowat alle kwalen die de dag van vandaag de wereld teisteren. In mijn ijver om de rechtmatigheid van het Vlaamse ontvoogding tegenover La Belgique in het licht te stellen, zou ik mezelf nog hebben voorbijgelopen. Ik kan me nog net op tijd bedenken, gelukkig maar. Da’s beter dan ‘barones’ Doornaert.

Mia ‘barones’ Doornaert weet ons dus niet te overtuigen met een definitie van het door haar kennelijk zo gehate verschijnsel, dat zij ‘nationalisme’ noemt. Ze hééft namelijk geen definitie.

Maar wàt haat ze precies? Och: het is toch zo doorzichtig! Ze haat Vlamingen die menen dat het voortbestaan van haar beminde Belgique – waaraan ze haar baronestitel te danken heeft – niet verzoenbaar is met de democratische rechten van Vlaanderen. Ze vindt dat die rechten òf niet bestaan òf maar moeten opgeborgen worden of tenminste ondergeschikt worden gemaakt aan de rechten van het Franstalig gedefinieerde Belgique. Zo zit dat. Niet anders.

Voor Mia ‘barones’ Doornaert is nationalisme dus àlles wat het voortbestaan van La Belgique in gevaar zou kunnen brengen. Ze heeft dus wél een definitie. Een curieuze. Een die op voorhand elk Vlaams nationalisme gelijkstelt met alles wat slecht is. Op voorhand veroordeeld. Omdat Vlamingen Vlaming wensen te zijn.

Nou: dat is nu eens geen ernstige definitie van nationalisme. Het is vooringenomenheid tegenover alles wat niet meteen spoort met haar geliefde Belgikske. Nationalisme is de beleving dat men deel uitmaakt van een gemeenschap van mensen, die als apart geheel bestaat. Wat daaruit voortkomt, is de toepassing in de politieke praktijk En die toepassing hangt af van de omstandigheden. Liesbeth Hooghe schreef er ooit een doctoraat over. Zindelijk denken. Punt, uit.

Op dezelfde manier is Christendom de religie die de verlossing door Jezus van Nazareth als de kern van haar boodschap neemt. Eveneens: punt, uit. Dat datzelfde Christendom de uitroeiing van de Albigenzen op zijn geweten heeft, verandert aan de kern van het begrip niets. Het is zelfs geen reden om het Christendom zélf te veroordelen. Als je al het slechte dat met het Christendom geassocieerd kan worden samen met dat Christendom zelf in één grote zak stopt, dan begint het zootje inderdaad te walmen. Het is een kwestie van zindelijk denken.

Mia ‘barones’ Doornaert mag de Vlaamse ontvoogding ongenegen zijn: ze moet daar wel zindelijk over denken én schrijven.

Ik vermoed evenwel dat Mia ‘barones’ Doornaert zelf ook wel beter weet. Want ze komt voor de dag met het feit dat een identiteit ‘uiteraard’ veelvoudig is en dat iedereen ‘zijn’ identiteit zelfstandig kiest. Dat laatste volledig in de lijn van de hedendaagse linkse kerk. Ik vind dit klinklare onzin, want niet alleen heeft identiteit altijd een dominante dimensie – al is die in het halfgedenationaliseerde Vlaanderen niet altijd de Vlaamse (je moet aan een Fransman maar eens vragen welke zijn identiteit is!) -, maar bovendien is het een zware overschatting van de individuele menselijke mogelijkheden te geloven dat iemand zomaar zelfstandig zijn identiteit zou kiezen. Laat ons zeggen dat je aan je identiteit kunt werken. Waarom verloopt de integratie van immigranten in onze samenleving anders zo moeizaam?

Natuurlijk gaat het Mia ‘barones’ Doornaert al evenmin over een correcte omgang met het begrip identiteit. Het gaat haar om haar geliefkoosde Belgique.
Daarvoor moet alles wijken, ook zindelijk denken. Hoe noemen we zoiets? Laat me even kiezen. Onoprechtheid?

Jaak Peeters

woensdag 1 april 2009

De volgende episode in de verkiezingscampagne

Dat Obama de Amerikaanse presidentsverkiezingen won, had veel te maken met zijn smetteloze mediacampagne. Zijn grootste stunt was ongetwijfeld de televisiepropagandafilm van een half uur, uitgezonden in prime time, die hem 5 miljoen dollar kostte. Veel aandacht gaat naar internet, maar televisie blijft een veel efficienter medium, omdat het een veel grotere garantie biedt dat je publiek je boodschap waarneemt, zeker als je op verschillende zenders tegelijk kan uitzenden.

In Amerika is dat allemaal heel eenvoudig: als je genoeg betaalt, mag je uitzenden, als je geen geld hebt, zend je niet uit. Bij ons ligt dat allemaal wat moeilijker. Betaalde politieke propaganda op TV is verboden, zowel via Vlaamse als via federale wetgeving. Daartegenover staat de 'zendtijd voor politieke partijen', die op een apothekersweegschaaltje afgemeten hoeveelheden zendtijd uitdeelt aan de politieke partijen.

Maar niet voor lang meer. De Vlaamse wetgeving is veranderd. Het nieuwe decreet voorziet dat er wel betaalde spots mogen komen. Tegelijk wordt de gratis zendtijd afgeschaft. Spijtig genoeg werd over het hoofd gezien dat er nog een andere, federale wet is die betaalde spots onmogelijk maakt... Geen politieke reclame dus bij de komende verkiezingen.

Doch niet getreurd: wie er echt aan houdt onze politici te zien optreden in huisgebrouwen propagandafilmpjes, komt op internet ruimschoots aan zijn trekken. Zowat alle partijen beschikken over een youtube-kanaal, waarop zij regelmatig nieuw materiaal publiceren, dat je vervolgens zelf via je sociale netwerk kan verspreiden. Een onmiskenbaar voordeel van deze formule is dat er geen discussie hoeft te zijn over welke partij hoeveel zendtijd krijgt. De partij met de meeste 'vrienden' in het sociale netwerk, die wint!

Vic Mortelmans


Officiele partijkanalen, in volgorde van meest actuale bijdrage

SP.A
http://www.youtube.com/user/internetwerk

OpenVLD
http://www.youtube.com/user/OpenVld

Groen!
http://www.youtube.com/user/accountgroen

Vlaams Belang
http://www.youtube.com/user/VlaamsBelangInBeeld
http://www.youtube.com/vlaamsbelangjongeren?gl=NL&hl=nl

N-VA
http://www.youtube.com/user/NVABarricade

CD&V
http://www.youtube.com/user/cdenv89

Lijst Dedecker berust op enkele persoonlijke kanalen:
http://www.youtube.com/user/Gianniboone
http://www.vimeo.com/user618064/videos
http://www.youtube.com/user/JurgenLDD

De vreemde eend:
http://www.youtube.com/user/sparood1